Veel mensen geven hun gazon op omdat ze denken dat het wekelijks uren kost. In de praktijk is een gezond gazon vooral een kwestie van timing: de juiste handeling op het juiste moment.
Maaien: niet te kort
Een gazon dat te kort gemaaid wordt, droogt sneller uit en wordt vatbaarder voor onkruid. Houd in het hoogseizoen een maaihoogte van 4 tot 5 cm aan. Maai niet meer dan een derde van de halmlengte in één beurt — dat voorkomt stress voor het gras.
Beluchten doet wonderen
Eén keer per jaar beluchten — bij voorkeur in het voorjaar — maakt enorm verschil. Een beluchtingsrol of -hark prikt gaten in de zode zodat lucht, water en voeding bij de wortels komen. Direct na het beluchten is hét moment om gras bij te zaaien op kale plekken.
Bemesten in twee rondes
Twee bemestingen per jaar zijn meestal voldoende. In april een voorjaarsmeststof voor groei, en in september een najaarsmeststof voor stevigheid in de winter. Te vaak of te veel bemesten geeft een explosie van groei waar u juist meer mee moet maaien — niet wat u zoekt.
Onkruid: gericht aanpakken
Madeliefjes of klaver tussen het gras zijn cosmetisch, geen ramp. Pak alleen plekken aan waar onkruid de overhand neemt. Een onkruidsteker werkt beter dan chemische middelen — en u onderhoudt het gazon meteen mee.
Water in droge periodes
Geef bij langdurige droogte één à twee keer per week diep water — liever 20 minuten goed dan elke dag een beetje. Een diepere doordrenking moedigt de wortels aan om dieper te groeien, en dat maakt het gazon op termijn juist droogtebestendiger.
Laat klepelen waar het mag
Een randje gazon dat u laat doorgroeien tot bloeiweide kost minder werk én is goed voor insecten. U hoeft heus niet uw hele gazon op te offeren — een hoekje is al meer dan genoeg.



