Buitenverlichting: hoe combineert u sfeer met functie?

De meeste tuinen worden verlicht met één felle spot bij de achterdeur. Dat geeft veiligheid, maar geen sfeer. Wie ’s avonds graag buiten zit, moet denken in lagen — net zoals binnen in de woonkamer.

Drie lagen verlichting

De eerste laag is omgevingsverlichting: zacht licht dat de hele ruimte aangeeft. De tweede laag is functioneel licht — bij het zitje, boven de tafel of langs een pad. De derde laag is accentverlichting die een mooi element uitlicht: een boom, een gevelmuur of een waterelement. Pas als alle drie aanwezig zijn, voelt een tuin ’s avonds compleet.

Warm licht is bijna altijd beter

Voor de tuin kiest u kleurtemperaturen tussen 2200 en 2700 kelvin. Warmer licht maakt het buitengevoel knus en is rustiger voor de ogen. Wit licht (4000K en hoger) past beter bij parkeerterreinen dan bij een loungehoek.

Zonne-energie of bekabeling?

Zonnelampen zijn handig voor gewone sfeerverlichting: geen graafwerk, geen elektriciens. Voor langere brandtijd of fellere lampen heeft u 12V- of 230V-bekabeling nodig. Een laagvolt-installatie kunt u vaak zelf aanleggen, een 230V-installatie laat u beter door een vakman doen.

Vergeet de schemerschakelaar niet

Het mooiste lichtontwerp valt in duigen als u ’s avonds zelf vergeet alles aan te zetten. Een schemersensor of tijdklok zorgt dat de tuin elke avond automatisch in het juiste licht baadt — en weer uitgaat als u toch nog laat naar bed gaat.

Houd lichthinder beperkt

Mooie tuinverlichting is gericht — naar beneden of opzij — niet ongedoseerd in alle richtingen. Spots met afschermkappen voorkomen dat licht de slaapkamer van de buren of de hemel boven de tuin instraalt. Daar wordt iedereen vrolijker van.

Delen